Oerend Smart | Meer dan voetbal

  Column

'Kijk, hier sta ik!' Met trots wijs ik naar mijn naam op de borst van het Graafschap-tenue. Enkele jaren geleden was ik shirtsponsor. Niet mijn bedrijf, nee ikzelf. Ik denk niet dat heel veel Nederlanders dat kunnen zeggen. Maar ik, samen met 2074 andere Achterhoekers wel. In totaal 18 wedstrijden prijkten wij op de borst van de Superboeren. En ja, ik deed mee, alhoewel ik geen voetbalfan ben. Maar als trotse Achterhoeker. En dat gevoel heb ik weer wanneer ik Pascal Kamperman mijn naam aanwijs. Daar staat ie: in de A, van D'RAN.

Even daarvoor zat ik ook vol trots te luisteren naar de directeur van De Graafschap Hans Martijn Ostendorp en Esther Ruesen, directeur van het Stadsmuseum Doetinchem. In het jaar dat de betaald voetbalclub haar 65-jarig bestaan viert is er een tentoonstelling in het museum. Toen Esther een aantal maanden geleden vertelde aan andere museumdirecteuren dat ze aandacht ging besteden aan de voetbalclub werd er vreemd opgekeken. Maar deze expositie gaat over zoveel meer dan voetbal. Het gaat over een gevoel, cultuur, saamhorigheid.

De Graafschap doet voor mij hetzelfde als de Achterhoekse vlag. Het tovert als vanzelf een grote glimlach op mijn gezicht. Een wij-gevoel. Erbij horen. Een bindmiddel. Als het naoberschap: omdat je er woont hoor je erbij. Niet om wie je bent of wat je doet. En dus vertel zelfs ik trots over de gehaktballen van tante Lien wanneer ik tijdens een bijeenkomst van Achterhoek in Beweging het borstbeeld van deze markante clubvrouw zie staan in de Businessclub. Die gehaktballen, in mini-formaat, waren natuurlijk aanwezig bij de opening van de expositie in het Stadsmuseum.

De tentoonstelling gaat over gevoel, cultuur, saamhorigheid. Dankzij de vier thema's: helden, vreugde, verdriet en DNA. Terwijl ik over de grasmat in het museum schuifel, hoor ik mensen om me heen herinneringen delen. Ik sta op een afstandje en geniet. Niet van de cijfers en de promoties, maar van de verhalen en de gezichten van de andere bezoekers. Ook over degradaties, de Kist en het vertrek van Henk de Jong.

Ik denk terug aan mijn eerste wedstrijd op de Vijverberg, de presentatie van Lasse Schöne als nieuwe speler, met klanten naar een uitwedstrijd in de Arena, een promotiefeest op het plein voor het stadhuis, naar al die keren dat ik ruzie heb met de deur van het stadion: is het nu duwen of trekken en de linker of rechter deur? Maar vooral denk ik aan wat deze club teweeg brengt: een wij-gevoel. Ook bij verlies. Zelfs dan is het wij en niet zij. Ik kom er vaker voor een overleg of een bijeenkomst, dan voor een wedstrijd. Steeds opnieuw merk ik dat mensen er graag komen, dat het de tongen los maakt en dat het ijs tussen onbekenden direct gebroken is. Bijzonder hoe dat werkt.

En terwijl ik door het Stadsmuseum loop ben ik trots op Esther Ruesen en projectleider Charlotte van Dijk, dat ze dit aan hebben gedurfd. Een voetbalclub past heel goed bij het museum. Zeker wanneer je oog hebt voor gevoel, cultuur en saamhorigheid. Neem dus zeker een kijkje vóór 25 augustus. Ook wanneer je niet van voetbal houdt. En óók wanneer je nooit naar een museum gaat.

Linda Commandeur zorgt als katalysator in processen voor vertrouwen vanuit beweging

Meer berichten