Oerend Smart | Tot ziens uiltje

  Column

Van Leiden verhuisde ik naar Gouda. Toen naar Utrecht, Wageningen en tenslotte naar Vorden. Nog een paar verhuizingen in dezelfde lijn verder en ik zat diep in Polen. Maar werk en relatie zorgden er deze zomer voor dat ik ineens terug was in de stad waar ik als vierjarig ventje knikkerde met mijn buurvriendjes. Ik verhuisde tegen de stroom in. In Vorden schijnt meer dan een derde afkomstig te zijn uit de Randstad, wist mijn favoriete kapster te vertellen. Ze zijn weggevlucht van de krioelende drukte. In Vorden is nog ruimte en natuur. Het gekrioel wordt hier niet door de mensen, maar door de insecten in het bos en de vogels veroorzaakt.

Officieel heb ik Vorden nooit 'buurt gemaakt', omdat ik verwachtte dat ik er niet lang zou blijven wonen. Maar vanuit mijn huisje in de Goudse binnenstad word ik getroffen door enige melancholie. Is het omdat dit de laatste blog is die ik schrijf voor Achterhoek Nieuws, waar ik met veel plezier voor heb geschreven? Of misschien heb ik stiekem toch meer geworteld in Vorden dan ik dacht?

Ik denk dat ik meer buurt heb gemaakt dat ik denk. Omdat het allemaal wat minder gehaast is, lijkt er meer tijd te zijn voor een praatje, even een bakje koffie, of gelanterfant voor de supermarkt. Voor contact hoef je echt niet mee te doen met schuurfeesten en er een 'poar neem'n'. Je ontkomt er echt niet aan dat je in korte tijd bijna alle mensen uit het dorp kent.

Over de lintvormige weides om Gouda kun je tientallen kilometers ver kijken. Maar helaas lukt het mij niet meer om mijn vertrouwde oude dikke eiken te zien waartussen een kar met ondeugende pony's over de zandweg raast. Ik zie niet meer de sterren omdat het hier te licht is. En als het dan 's avonds stil is geworden in de binnenstad heb ik moeite om in slaap te vallen zonder het vertrouwde geluid van de steenuiltjes.

Ik sprak in Lochem een Rotterdammert aan die zei dat ze Rotjeknor was ontvlucht, en daar 'nooit meer wonen zou kennen'. Ik zit gelukkig niet in Rotjeknor maar in Gouda, midden in het Groene Hart. De Reeuwijkse Plassen, de vaarten en het veen, en niet te vergeten, de snel bereikbare kust, het barst van nieuw te ontdekken natuur. Maar toch heb ik soms ineens een aanval van heimwee.

Gelukkig is Nederland in een dag van boven naar beneden en van links naar rechts te doorkruisen. En is niks echt ver weg. Ik ga dit weekend naar Deventer, om weer eens wat 'Oooo's' en 'Aaaa's' te horen. En wie weet verhuis ik wel weer eens terug over de IJssel, net als al die andere Randstedelingen. Dan hoop ik nogmaals in die twee achterdochtige amberkleurige ogen van het steenuiltje te mogen kijken, terwijl ze hoog in de notenboom de wacht houdt voor haar uilenkast.

Hielke Alsemgeest

Reageer als eerste
Meer berichten