Schaatsen op Marktplaats?

"Het is nu de tijd om ze te verkopen", zei mijn vrouw de vorige maand toen er op sommige plekken in het land op natuurijs geschaatst kon worden. Met 'ze' bedoelt ze de zwarte noren, zogenoemde klapschaatsen. Ze liggen in de hoek van een kamer. Weer een jaar voorbij zonder dat ze in actie hoefden te komen. De ijzers glimmen in het vet. Dat doen ze al jaren.
Ik aarzel om ze op Marktplaats te zetten, kan me er niet toe zetten. Het is alsof ik dan definitief afscheid neem van een stukje van mijn leven waarvan het laatste hoofdstuk nog niet is geschreven. Nee, laat ze voorlopig maar liggen. Wie weet trekt er eind februari een koufront over het land, zoals in '85 en '86 toen er zelfs een Elfstedentocht plaatsvond.
Het is hopen tegen beter weten in. De gevolgen van de klimaatverandering zijn goed merkbaar. Koning Winter heeft zijn handen afgetrokken van de polder. Natuurlijk zou ik naar een kunstijsbaan kunnen gaan maar dat is niet je ware. Dat haalt het niet bij schaatsen op bevroren beken, kreken, kanalen, vaarten, meren en ondergelopen weilanden in de uiterwaarden.
Het spreekwoord 'Het kan vriezen en het kan dooien' was van toepassing op het weertype van de laatste weken 's Nachts een beetje vorst, overdag een paar graden boven nul, het is het allemaal net niet. Als gevolg hiervan groeit er een generatie op die schaatsen en ijs alleen maar kent van de verhalen van (groot)ouders en de kunstijsbaan.
Is dat erg? Nee, wel jammer want ze missen iets wezenlijks. Op natuurijs zijn we namelijk allen één. Rangen en standen verdwijnen. Krabbelaars, waartoe ik mezelf reken, hebben net zo veel rechten als cracks. Wie valt is geen loser. Dat kan ons allemaal overkomen, weten we.
Op het ijs heerst een opgewekte sfeer. Op de wangen staan rode blosjes van de inspanning en opwinding, de ogen staan blijmoedig en overal hoor je vrolijke geluiden. Natuurlijk huilt er wel eens kind, als het gevallen is (soms nog achter een stoel) maar dat wordt door de ouders met de mantel der liefde bedekt en snel opgelost. Op ijsbanen staat een koek- en zopietent waar je tussen de bedrijven door warme chocolademelk en dampende erwtensoep kunt krijgen. Uit speakers klinkt muziek uit lang vervlogen tijden. Het geluidsniveau is aangenaam, je schaatst er beter door, soms zie je oudere paren bijna walsend rondjes draaien op hun kunstschaatsen.
Geef toe, het is een nostalgische voorstelling van zaken, die ooit treffend in beeld is gebracht door kunstschilders als Hendrick Avercamp en Jan van Goyen, maar daar is niks mis mee. Op het ijs zijn we voor even de problemen van alle dag vergeten. Geen gezeur en geen gezeik.
Dit schrijvend is mijn laatste spoortje twijfel als sneeuw voor de zon verdwenen. Mijn schaatsen gaan niet weg. Nu niet, nooit niet.

Meer berichten