Zwaleman | Voedselverspilling

Voedselverspilling

Ze trouwden nogal plotseling, mijn vader en moeder. In hun eerste 'woning' (twee bovenkamertjes met een keuken en toilet die ze met medebewoners moesten delen) puilde de linnenkast niet uit. De 'uitzet' die mijn moeder in het huwelijk meebracht bestond uit slechts één houten kist. Die zat niet volgestouwd met handdoeken en linnengoed, maar met levensmiddelen. Een pond 'echte' koffie, een pakje echte thee, een grote rode kool en een forse hoeveelheid bruine bonen. Niet in een glazen pot, zoals ze tegenwoordig in de supermarkt staan, maar gedroogd. Voordat je deze bonen kon eten, moesten ze eerst minimaal een etmaal weken en vervolgens nog uren lang worden gekookt.
Maar het was najaar 1942, midden in de oorlogstijd. Een dergelijke hoeveelheid etenswaar was toen goud waard. Mijn ouwelui waren er dan ook uiterst zuinig op.
Het is haast niet te bevatten, maar de mensen die driekwart eeuw geleden in ons land leefden wisten nog wat honger was. Mijn vader heeft me het wel eens verteld. Dat hij van Enschede naar Neede liep om bij mijn opa en oma (die een geit hadden) een litertje melk te halen.

Bij ons thuis werd nooit voedsel weggegooid. "Denk eens aan de arme kindertjes in Afrika", hielden mijn ouders me voor, als ik met lange tanden mijn hutspot zat te kauwen. Eten verspillen kwam niet in hen op. Van oud brood kon je broodpap maken, een restje rooie bietjes veranderde in een slaatje, werkelijk alles kon mijn moeder nog gebruiken.
Tegenwoordig is dat wel anders. Ik las ergens, dat in ons land vorig jaar 700 miljoen kilo voedsel is weggegooid. Oftewel 41 kilo per Nederlander. Voor een klein deel was dat echt bedorven, een ander deel was 'over datum', maar met het allergrootste gedeelte was niks mis. Dat verdween gewoon in de groene container, omdat we het 'over' hadden.

Het zal aan onze opvoeding liggen, maar mijn lief en ik doen aan die verspilling niet mee. Natuurlijk, af en toe verdwijnt er ook bij ons wel iets in de vuilnisbak, maar niet veel meer dan hooguit tien kilo per jaar. Wij proberen slim in te kopen, een beetje creatief te koken en zoveel mogelijk 'restjes' weer in andere gerechten te verwerken. Wat er dan nog overblijft, schillen, groente-afval en een enkele verdroogde boterham, breng ik naar het dierenparkje vlakbij ons huis. Daar ontfermen de geiten, herten, kippen en konijnen zich er graag over. Zeker twee keer per week ga ik er naar toe. Ik kieper de inhoud van mijn emmertje over het hek en ga op het bankje zitten kijken hoe die wordt verorberd.

Op dat bankje vond ik vorige week een verrassing. Twee flesjes doucheschuim in een leuke cadeauverpakking. Met een briefje erbij. "Voor jou, van mij" , stond daar op. Het pakje was er door iemand neergelegd las ik, 'gewoon omdat het fijn is om je blij te maken en en een lach op je gezicht te zien verschijnen'.
Nou, dat is gelukt. Het pakje maakte me inderdaad vrolijk. Dit kleine presentje sterkte me ook in mijn voornemen zuinig te blijven omgaan met voedsel. Zodat ik nog heel lang de beestjes in ons dierenparkje blij kan maken.
De flesjes doucheschuim heb ik trouwens niet gebruikt. Ik heb ze, samen met het briefje, teruggelegd op het bankje. Om iemand anders weer blij te maken...

Reageer als eerste
Meer berichten